Schapen tussen de wolven

Christenvervolging en de Nederlandse buitenlandpolitiek: initiatiefnota van de Martijn van Helvert, Joël Voordewind en Kees van der Staaij. Hieronder vindt u de spreektekst van Martijn van Helvert bij de presentatie van de initiatiefnota op 25 november in de St Nicolaasbasiliek in Amsterdam. De initiatiefnota kunt u hier downloaden.

Dames en heren,

Vier lustra en zevenennegentig dagen geleden stond ik met Yvonne, zij is nu mijn vrouw, en samen met nog ruim een miljoen jongeren op Tor Vergata, het grote Universiteitsterrein bij Rome. Na de nacht in een wake te hebben doorgebracht, onder de blote hemel en gekleed geslapen te hebben, ontwaakten wij door de Italiaanse ochtendzon van augustus.

Ontelbare jongeren wachten op de paus. Wat zal hij ons meegeven, als we aan het einde van deze dag onze reis naar huis aanvaarden? Met welke opdracht zendt hij ons weer naar alle hoeken van de wereld? Ik kan duidelijk ‘wij’ zeggen. In Nieuwstadt, waar ik al jaren acoliet en misdienaar was,  Was ik zowat de enige jongere die was overgebleven in de kerk.

In Rome, merk ik dat ik tóch niet de enige ben. Merk ik dat de kerk verder strekt dan Nieuwstadt alleen. Daar voel ik mij voor de eerste keer onderdeel van de Wereldkerk.

Wat gaat de paus zeggen? Het geklop van wieken klinkt eerst ver weg, als het ritmisch geluid van je hartslag in je oor, En we zien aan de horizon een witte helikopter komen. Het zwelt aan tot harde klappen en de menigte begint te juichen; En het worden oorverdovende slagen als de helikopter boven ons draait. We zien Johannes Paulus de Tweede zwaaien. JEAN PAUL TWO, WE LOVE YOU, JEAN PAUL TWO, WE LOVE YOU, schreeuwen we gemotiveerd mee.

Met een auto rijdt de paus dwars door het veld naar het podium, waar zijn zetel gereed staat.  Ik neem Yvonne op mijn schouders, zodat zij de paus kan zien. En ik ren naar de kant waar de open auto rijdt. Yvonne krijgt haar fototoestel niet doorgedraaid, omdat het rolletje vast zit. Ik zei: Geef hier en kijk. Die indruk leg je toch niet vast op de plaat. De paus rijdt langs en we zijn beiden geëmotioneerd.

Ik geef u deze setting mee, om u aan te geven dat de woorden die paus ging spreken, doordreunt tot de dag van vandaag, doorklinkt in mijn hoofd, mijn hart en mijn ziel; doorwerkt in mijn doen en laten. Hij zei:

“Wees niet bang, jongeren van alle continenten, Wees niet bang om de heiligen van het nieuwe millennium te zijn. En dat houdt in dat je tegen de stroom in, het goede moet doen.”

Dames en heren,

En wat doe ik met het appèl Jean Paul II? En wij? Geven wij gehoor? De oproep om niet bang te zijn, niet bang te zijn om heiligen van dit millennium te worden bestaat uit 2 delen.

Wees niet bang! Check, dat ben ik niet. Om heilige te worden. Ai, dat wordt lastig.  En er ís al een heilige Martinus. Maar ik ga wel voor het ideaal. Laten we elkaar in arm nemen en stappen zetten in de goede richting.

Op het Vrijheid-van-Religie Congres in Singapore, waar ik aan deel mocht nemen als rapporteur namens de Kamer, presenteerde de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging, Ahmed Shaheed, de ontwikkeling van de vervolging omwille van geloof. De vervolging wereldwijd groeit in aantallen slachtoffers, in aantallen landen en in hevigheid. Deze vervolging treft verschillende religieuze minderheden, zoals Oeigoeren in China, de Jezidi’s in Irak, Rohinya in Myanmar en Christen in het Midden-Oosten, delen van Afrika en Azië.

Christenen vormen volgens de analyse de grootste groep slachtoffers die worden vervolgd omwille van hun geloof. Deze conclusie bevestigt hetgeen andere bronnen, zoals Open Doors en Kerk in Nood, reeds langer melden.

Vervolging kent vele gezichten. De intensiteit, de dader en de vorm verschillen per land of gebied. Het kan gaan om mishandelingen door andere burgers, om gevangenisstraffen door overheden, of om moorden door georganiseerde bendes tegen christenen. Zelf genocide kan het doel én zelfs het gevolg zijn,  zoals op de christelijke bevolking of Jezidi’s in Irak.

Deze vorm van vervolging springt het meest in het oog. Maar ook buiten het oog van de perscamera’s  worden christenen vervolgd. Zo worden gebedsbijeenkomsten verboden; kerkdiensten worden door de staat gereguleerd. Openbare uitingen van christendom worden verboden; onteigening van bezit of kerkgebouwen en begraafplaatsen, Intimidatie en discriminatie in het verborgene – tenminste voor ons verborgen.

Sommige individuele gevallen krijgen grote aandacht. Asia Bibi is inmiddels wereldberoemd. Zij werd beschuldigd van Blasfemie in Pakistan. De beschuldiging kwam tot bij de rechter na een gesprek aan de waterput. Ze werd veroordeeld tot de doodstraf door ophanging. Pas na grote internationale druk, werd zij alsnog vrijgesproken door het hooggerechtshof. Haar advocaat moest vervolgens met haar vluchten voor zijn leven.

In sommige landen ligt de discriminatie en vervolging van christenen wettelijk vastgelegd. In andere landen biedt de regering formeel bescherming aan minderheden.  Echter, in de praktijk zijn christenen en andere minderheden overgeleverd aan de willekeur van de bevolking. Het zijn al lang geen incidenten meer. Het is een patroon waarin christenen individueel en en groupe worden onderdrukt.

En dan nu mensen, naar het appél! Wees niet bang! Kunnen wij die oproep vormgeven, zodat vervolgden wereldwijd tegen hun kinderen kunnen zeggen dat zij niet bang hoeven te zijn?

Vandaag op Red Wednesday denken wij aan vervolgde christenen, Bidden wij voor alle vervolgden ter wereld, en staan wij erbij stil. Dat is heel goed. Daarnaast moeten we ook in actie komen om vervolgde christenen, en in hun kielzog alle vervolgden omwille van hun geloof te helpen. En juist in Nederland moeten we dat doen. Tegen de stroom in.

In Nederland heerst een schaamte om voor christenen op te komen. We komen in Nederland op voor allerlei minderheden, groot en klein, man of vrouw, het maakt niet uit of de Nederlander maakt zich sterk voor de rechten van het individu in nood. Behalve als het over christenen gaat. Dan is het anders. Dan wordt ineens gewezen naar andere minderheden naast christenen die we óók niet mogen vergeten.

In mijn eerste begrotingsbehandeling, als woordvoerder Buitenlandse Zaken en Christenvervolging, nu 4 jaar geleden, stelde ik dat we meer moesten doen voor vervolgde christenen. Meteen liep een collega naar de interruptie microfoon. U kunt het terugkijken:

“Maar voorzitter, we komen toch zeker niet alleen op voor christenen. We maken ons toch zeker sterk voor andere minderheden. Denk aan de Rohinya in Myanmar.”

“Zeker voorzitter,” zei ik: “Rohinya moet we beschermen.” Verschrikkelijk: 750.000 moslims worden zomaar vervolgd omwille van hun geloof. Maar laten we de 3,5 miljoen christenen die, in hetzelfde land hetzelfde lot ondergaan niet vergeten.

Een andere collega meldt zich: “Voorzitter, Van Helvert vergeet de LHTBI-gemeenschap. Zij worden ook vervolgd in veel landen.” “Zeker niet, voorzitter”, antwoordde ik: “Niemand,  niemand mag vervolgd worden om wat hij denkt, voelt, gelooft of wie zij is.  Mijn pleidooi is om de grootste groep vervolgden niet te vergeten. En in de groep vervolgde christenen zitten al zoveel  homo’s, lesbies, transgenders en interseksuelen. Hen hebben we dan ook direct geholpen En dat is andersom niet het geval.”

Daarom moeten we sterk inzetten op hulp aan vervolgde christenen. Wat we doen voor de minste van de christenen, hebben we ook voor andere verdrukte minderheden gedaan.

Telkens als ik zeg op te komen voor christenen, Houdt men in Nederland mij voorbeelden van andere vervolgden voor die ook mijn aandacht verdienen. Andersom is dat nooit het geval. Toen ik aandacht vroeg voor Moslims in China, vroeg niemand mij in de Kamer, de Christenen niet te vergeten. Toen ik vragen stelde over stokslagen voor homo’s in Indonesië, verzet niemand mij dat ik christenen vergat te noemen die vervolgd worden in datzelfde land. In Nederland is er schaamte om op te komen voor christenen.

Dit komt wellicht doordat er veel kritiek is op kerken. Veel kritiek op christelijk instituten. Of zaken die fout zijn gegaan in kerken. Of fouten die te laat herkend zijn. Daarover bestaat in Nederland veel terecht boosheid. Het is echter totaal onrechtvaardig om misdaden tegen leden van een kerk de ondersteuning bij artikel 18 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens te onthouden, als uiting van je boosheid naar een instituut.

Als in Nigeria een priesterstudent ontvoerd wordt, dan is dat geen verlengstuk van het Vaticaan dat wordt mishandeld. Dan gaat het om een jongeman, met een vader en een moeder, die in een persoonlijke afweging ervoor gekozen heeft om Jezus te volgen. Als een koster in Nice wordt vermoord, dan is dat geen knecht van de paus de wordt onthoofd, maar een opa die zijn kinderen en kleinkinderen, wil tonen hoe je het evangelie in de praktijk kunt brengen. Of erger, ook die heb ik gehoord: als christenen uitgemoord worden door ISIS, dan is dat geen logische vergelding voor de kruistochten, maar dan zijn dat families die samen met ons op weg naar Kerst willen gaan,en die door terroristen uiteen gereten worden.

Juist christenen volgen Christus, die direct na zijn opstanding: “Vrede zij u”, toewenste aan zijn vrienden. En Nederland, dat nu deze schaamte kent om Christenen te hulp te schieten,

heeft heel wat te verliezen. Het Christendom was in de vorige eeuw hét export-product van Nederland. Wie heeft in de familie niet een oud-om of oud-tante die als zendeling of missionaris de wijde wereld in is gestuurd, om op basis van het evangelie, de goede werken te verrichten.

Veel mensen bij religie vooral denken aan oorlog, -zo denken ook veel ambtenaren op het ministerie van buitenlandse zaken- terwijl de waarheid anders ligt. Juist de kerk zorgt wereldwijd voor zorg, onderwijs en legt de eerste basis voor mensenrechten. Jonge vrouwen en jonge mannen, die op een schip gezet werden naar Verweggistan, geïnspireerd door het evangelie, met het doel om de naasten te helpen, in de wetenschap dat terugkeer naar het Vaderland klein was. En toen kon je niet even op google earth checken waar je terecht kwam. Deze gave van onze voorouders mogen we niet zomaar verkwanselen.

Waar oorlog, armoede en hongersnood heerst, is de overheid vaak snel weg. De kerk blijft.

En tot het einde zorgt zij voor de gemeenschap, want zij ís de gemeenschap.  Dat is de reden waarom het grote noodzaak is dat we in actie komen. In onze nota stellen we daarom zeven actiepunten voor. Zeven verschillende punten, maar ze voeren allemaal terug op hetzelfde uitgangspunt: dat we onze ogen niet mogen sluiten voor de realiteit,

voor de hel die de wereld soms kan zijn.

De hel wordt in de religieuze kunst dikwijls voorgesteld als een afgrond, waarin, naarmate je dieper afdaalt, de ellende en de pijn groter wordt, het vuur steeds verslindender, het ‘geween en tandengeknars’ luider. De hel is, in deze voorstelling, een bodemloze put. Hoe groot de ellende en de pijn ook is, hoe ondragelijk het bestaan ook lijkt, je kunt altijd nog dieper afdalen, naar een plaats waar de ellende nog groter, en de pijn nog helser is. Deze voorstelling van de hel moeten we ter harte nemen, zeker op de momenten dat we willen ingrijpen in het buitenland.

Als we constateren er ergens een moordlustige dictator zit, die mensen onderdrukt, opsluit en martelt, is dat niet voldoende om ingrijpen te rechtvaardigen. Wat hoe erg de hel ook is, We kunnen er altijd nog een grotere hel van maken.

Kijk naar Irak, dat werd geregeerd door een moordlustige dictator. Kijk naar Syrië, waarvoor hetzelfde geldt. Westerse militaire interventies hebben de toestand niet verbeterd, maar verslechterd. Ook de steun aan ‘gematigde’ Jihadisten heeft waarschijnlijk vooral ellende veroorzaakt. En de christenen in deze landen hebben hier nog het meest onder geleden.

We hebben daarom de plicht realistisch te zijn. Enkel in theorie werkende ideeën of goede bedoelingen zijn niet genoeg. Al wat wij doen moet gericht zijn op het werkelijk verbeteren van het lot van onze medemens. En vanuit dit uitgangspunt moeten we alle beschikbare middelen inzetten. Daarom stellen we, als antwoord op het appèl van de paus de volgende actiepunten voor in onze nota:

  • Een meer objectieve en minder ideologische houding ten opzichte van christenvervolging
  • Het niet bang zijn om uitdrukkelijk concrete misstanden te benoemen
  • Een kritischere beoordeling van Nederlands optreden in het buitenland:
  • schaadt ons ingrijpen de posities van minderheden niet?
  • Een realistische blik op de mogelijkheden van het Nederlandse optreden binnen de VN Mensenrechtenraad,
  • Van de leden is immers slechts een minderheid democratisch.
  • Een verbod op export geavanceerde surveillancetechnieken aan niet-democratische landen. De oprichting van een parlementaire groep over de vrijheid van godsdienst en Levensovertuiging
  • Aandacht voor religieuze minderheden bij werkbezoeken van Regering en Parlement.

Dames en Heren,

Komende zondag is het de eerste zondag van advent.  Terwijl het buiten steeds donkerder wordt, zien we een groot licht. Dat ons uitnodigt om tegen de stroom in, het goede te doen.

Als Kamerlid heb ik, samen met collega’s, in de afgelopen jaren, een aantal belangrijke pilaren kunnen neerzetten, om christenen in de verdrukking te helpen.

Denk aan hulp bij opbouw aan christen in de vlakte van Ninivé, denk aan de speciaal gezant voor de Vrijheid van Religie in Nederland, denk aan budget voor gezant voor vrijheid van Religie van de VN, denk aan het vergroten van kennis over religie op het ministerie van buitenlandse zaken.

Dit werk wil ik in de komende vier jaren voortzetten via de punten in deze nota. En daarbinnen we morgen mee. En morgen is vandaag. Artikel 18 van de universele verklaring van de rechten van de Mens geldt voor iedereen. Het is ook een taak voor iedereen om deze rechten te handhaven, gelovig of niet.  Het is zaak om elkaar binnen en buiten te kerk

te attenderen op die morele en wettelijke plicht. Ook al denk je anders of gelijk, geloof je anders of gelijk;  voel je anders of gelijk; het blijft je plicht om christenen in de verdrukking te helpen.

Vier lustra en zevenennegentig dagen geleden, stond ik samen met Yvonne, zij is nu mij vrouw, en riep de paus ons op niet bang te zijn, en tegen de stroom in het goede te doen.

En op deze Red Wednesday roep ik u ook daartoe op. Neem mij in de arm en loop met mij,

deze nota onze de andere arm, een stuk op weg naar het ideaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *